Deze week gaan we op reis naar Atlin, een plaatsje in BC waar we nog nooit zijn geweest. Atlin ligt aan Lake Atlin, volgens de inwoners van het plaatsje het grootste natuurlijke meer van BC. We gaan dat zelf eens controleren.

Het is niet zo dat je even naar Atlin rijdt. Om er te komen moet een reis van meer dan 1200 kilometer worden afgelegd waarbij bovendien de provincie wordt verlaten en een deel van het traject wordt afgelegd in Yukon Terrritory, dat tussen BC en Alaska ligt. We maken de reis niet met de personenauto, maar met de truck. Eventueel kunnen we hier in slapen, we hebben dan ook twee matrasjes en luchtbedden achterin gelegd. Het is immers niet gezegd dat we altijd een hotel kunnen vinden in de kleine en geïsoleerd liggende plaatsjes die we vooral in het noorden zullen aandoen.

Zondagmorgen vertrokken we om een uur of tien vanaf Round Lake. De reis ging eerst over highway 16 naar Kitwanga waar we zullen afslaan op highway 37N die ook wel bekend staat als de Stewart-Cassiar highway.
Het is mooi weer als we wegrijden, maar het zicht op de bergen rondom wordt nogal belemmerd door een soort smog. Het is te danken aan grote bosbanden in oostelijk Azië en Siberië die invloed hebben op de lucht boven BC.

In Kitwanga vullen we de tank bij, want we weten uit ervaring dat we lange tijd geen tankstations tegen zullen komen. Het is nog 153 kilometer rijden naar de splitsing waar we zullen afslaan in de richting van de Alaska Highway die door BC en Yukon Territory naar Alaska leidt. Vanaf die splitsing is het trouwens nog 550 kilometer naar de weg die in 1942 door Amerikaanse militairen werd aangelegd.

Onderweg stoppen we even op een parkeerplaatsje en maken daar kennis met een Canadees echtpaar dat er al een lange reis op heeft zitten. Volgens de man komen ze uit de buurt van Edmonton, maar zijn vrouw stelt daarbij dat ze drie uur rijden aan de andere kant van Edmonton wonen. Ze hebben er dan ook al een paar duizend kilometer op zitten.

Bij Meziadin Junction slaan we af in de richting Dease Lake. Daar zullen we de nacht doorbrengen. Onderweg maken we al weer kennis met een andere reiziger, ditmaal iemand die dezelfde kant opgaat. De man komt uit Fairbanks, Alaska en heeft in Seattle een nieuwe BMW motorfiets gekocht die hij nu naar huis rijdt. Hij heeft een tent bij zich en blijft misschien onderweg slapen aan de kant van de weg. Jammer genoeg is het mooie weer omgeslagen en begint het licht te regenen en ook hij denkt er nu over vanavond in Dease Lake te slapen.

Er wordt onderweg flink gewerkt aan een nieuwe hoogspanningsleiding naast de weg. Op de hellingen worden bomen gekapt om plaats te maken voor de masten. We worden ook gestopt door een wegwerker die vertelt dat we zo’n twintig minuten moeten wachten voordat we door kunnen rijden. Boven ons op de helling wordt druk gewerkt, je hoort de geluiden van de zware machines die worden gebruikt. Bij elke auto die aansluit loopt de wegwerker langzaam naar de auto en draait zijn verhaaltje af. Daarna gaat hij terug naar zijn auto en leunt daar tegenaan met het stopbord naar de weg gekeerd.

Om een uur of zes bereiken we Dease Lake en nemen een kamer in de Northlands Motor Inn. Twee motorrijders komen tegelijk met ons aan en nemen ook een kamer. Zij komen uit de Amerikaanse staat Washington en hebben een lange reis naar de poolcirkel gemaakt. Ze zijn nu weer op weg naar huis. Ze vertellen onderweg veel beren op de weg te hebben gezien. Wijzelf hebben er twee gezien.
Na het avondeten in een nabijgelegen restaurant (Mama Z) dat wordt geleid door de van oorsprong Joegoslavische Zora, die ons gastvrij ontvangt, zoeken we het hotel weer op. Daar treffen we de motorrijder weer die we eerder op de dag ontmoetten. Ook hij is toch maar doorgereden en blijft net als ons slapen in Dease Lake.

Morgen reizen we verder naar Atlin.