Maandagavond laat kwamen we aan in Margao, de grootste stad van de kleine Indiase deelstaat Goa. Het was een lange reis geweest. Om vijf uur in de morgen vertrokken we met de bus uit Hassan. Het werd een hobbelige tocht naar Mangalore, waar we de trein naar Goa zouden pakken. De buschauffeur moest soms alle zeilen bijzetten om de vele gaten in de weg te ontwijken.

SONY DSC                     SONY DSC                     We maakten één kleine tussenstop in een slaperig dorpje waar de bewoners zich aan ons vergaapten en waar we wat geld besteedden bij een van de kleine winkeltjes die fruit en frisdrank te koop hadden. Ruim op tijd kwamen we in Mangalore aan waar we afscheid namen van de chauffeur en zijn bijrijder. De trein bleek later te vertrekken waardoor we opeens bijna drie uur moesten wachten. Op het hete perron is dat geen pretje. Gelukkig konden we in de eerste klas wachtkamer wachten na tussenkomst van een vriendelijke stationschef die ook alles wou weten waar we vandaan kwamen.
Het bleek een ruimte met airco en een flat screen tv waar we de tijd gemakkelijk doorkwamen.

We krijgen ervaring met het reizen in treinen in India, de koffers en alle groepsleden kwamen gemakkelijk aan boord en al snel was iedereen geïnstalleerd voor de zes uur durende reis naar Goa. Zo’n twintig minuten voor aankomst stond iedereen klaar en in Margoa duurde het ook niet lang voordat we de bus hadden gevonden die ons naar het hotel zou brengen.
In vergelijking met de hotels waar we de laatste weken verbleven is dit hotel een afknapper, maar dat is niet zo’n groot probleem. In Goa wil je ook niet in een hotelkamer zitten, daar is het weer, de stranden en de omgeving veel te mooi voor!

SONY DSC                     Woensdagmorgen gingen Janita en ik na het ontbijt naar Panaji, de Goaanse hoofdstad die dertig kilometer verder naar het noorden ligt. We namen bij het hotel een taxi en ik vroeg de man ons af te zetten bij het militaire ziekenhuis. Toen we een keer onderweg waren bleek dat hij wat twijfelde over onze bestemming. Waarschijnlijk voor de zekerheid week hij opeens af van de hoofdweg en reed ook maar even langs de kazerne die buiten de stad is gelegen. We kwamen echter na enige tijd op onze bestemming en stapten uit voor het gebouw waar Koenig is gevestigd. Met de trappen naar de vierde verdieping (de kleine lift in het gebouw heeft me nooit er aangesproken) en toen werden we geconfronteerd met een beveiliger waar je vroeger zo naar binnen kon lopen. We mochten even gaan zitten terwijl hij druk aan het bellen sloeg.

SONY DSC                     Het duurde niet zolang tot één van de officeboys (hij herkende mij meteen) ons ophaalde en naar het kantoortje van Maria bracht. Ook die wist meteen met wie ze te doen had. Het werd een gezellig gesprek tot Pralat binnenkwam en zich ook in het gesprek mengde. Tot mijn grote verrassing bleek ook hij deze blog te volgen. Hij laat de tekst via Google vertalen en kon dus op die manier onze reis in India een beetje volgen.

We namen afscheid en liepen door de oude Portugese wijk tegenover het centrum naar de boulevard die in verband met de filmweek in Goa gezellig was aangekleed. Er was veel politie aanwezig omdat de filmweek bezocht zou worden door een hoge Indiase minister. Bij het filmhuis werden nog snel de laatste bloemen klaargelegd en de rode loper nog eens geveegd.

Het was zo langzamerhand lunchtijd en dus liepen we naar Hotel Fidalgo waar ik vorig jaar een hele maand had gelogeerd. Uiteraard kwamen de taxichauffeurs al weer snel op ons af. Helaas was Sunil, onze vaste chauffeur van vorig jaar er niet bij. Hij bleek met een klant naar Benaulim te zijn. Toeval of pech, ons hotel staat maar een paar kilometer van Benaulim af. “Sunil is om twintig over zes terug” zei een collega.
We besloten eerst maar te gaan lunchen en dan te zien wat we verder gingen doen.

De lunch werd ook een weerzien met oude bekenden, de obers van vorig jaar bleken nog steeds in het restaurant te werken. Ik werd eerst niet herkend, maar één van hen bleef maar kijken. Op een gegeven ogenblik wist hij wie ik was en met een brede glimlach en uitgestoken hand kwam hij naar ons toe. Het werd een hartelijk weerzien. Ook zijn collega werd er bijgehaald en je kon aan beiden merken dat ze het leuk vonden om na een jaar weer die Nederlander terug te zien in het restaurant. Natuurlijk wilden ze graag dat we ‘s-avonds weer terug zouden komen, maar dat hing natuurlijk af van het verdere verloop van die dag.

SONY DSC                     Eén van de taxichauffeurs bracht ons naar een Tropical Spice farm in Keri, ongeveer een uur rijden. We bleven daar een tijdje en kregen een rondleiding door de tuin. Op dat tijdstip waren we de enige twee gasten en dus kregen we alle aandacht van onze gids, een jongen van een jaar of twintig die veel van de verschillende kruiden bleek af te weten. Toen hij hoorde van onze reis door Zuid-India merkte hij op dat hij dat nooit zou doen. Waarom dan niet? “Ik heb een hekel aan Indiërs. Ik weet het, ik ben zelf Indiër, maar vooral Goaan. De Indiërs hebben hier gelukkig niets te vertellen, onze regering regelt alles zelf en niet Delhi”.

Na nog een bezoek aan een ‘museum’ waar onze taxichauffeur natuurlijk ook van profiteerde, gingen we weer terug naar Panaji en Fidalgo. Ook nu kon je merken dat de obers blij waren dat het bezoek uit Nederland er weer was. Toen we weggingen escorteerde één van hen ons naar de uitgang en natuurlijk moesten we snel weer terugkomen!

SONY DSC                     Buiten nog steeds geen Sunil. Natuurlijk wilden alle chauffeurs ons wel terug brengen naar Colva, maar wij wilden Sunil! Eén van de collegae belde en toen kreeg ik Sunil zelf aan de telefoon. Die wist ook met wie hij sprak en beloofde om acht uur bij het hotel te zijn. Klokslag acht uur reed hij inderdaad voor en zwaaide meteen toen hij me staan zag. Het werd een hartelijk weerzien dat door de andere taxichauffeurs lachend werd gadegeslagen.
We stapten in om terug te gaan naar Colva. Tijdens de rit die een uur duurde haalden we herinneringen op, spraken over de verschillen in het verkeer tussen India en Nederland, vertelden we over onze families, kortom het was een gezellige terugrit. Als we langer in Goa waren gebleven hadden we zeker een dag te gast moeten zijn bij het gezin van de kleine taxichauffeur, maar daarvoor ontbrak nu de tijd. Maybe next time!
Bij het hotel wilde Sunil geen geld. Hij weigerde het aan te nemen! Alleen toen ik zei dat het dan maar voor zijn kinderen was, nam hij het aarzelend aan. Bij het wegrijden bleef hij zwaaien, iets dat wij natuurlijk ook deden.

Na deze schitterende dag besloten we nog even wat te gaan drinken in het dorpje. We kwamen terecht op een terrasje waar Otto en Marie Jan al zaten. Het was een goede afsluiting van de dag en we namen ons voor het de volgende dag rustig aan te doen.