Vanochtend leek het niet een goede dag te gaan worden wat het weer betreft. Het was bewolkt en het regende af en toe. Na het ontbijt maakten we ons klaar voor weer een dagje buiten. We liepen eerst het strand op in de hoop om op de zandbanken voor de kust zeehonden te zien. Die lieten zich echter niet zien, misschien vonden ze het weer te slecht!
We gingen terug naar het appartement om de fietsen te halen, maar net toen we op het punt stonden weg te gaan, begon het zo hard te regenen dat we maar besloten nog even te wachten.

Na een half uurtje was het droog en besloten we het er maar op te wagen. De regenbroek ging wel mee voor het geval dat. We fietsten door de duinen naar strandpaviljoen Marlijn, een fietstocht van ongeveer vijf kilometer. Daar zetten we de fietsen neer en liepen eerst een stuk bij de duinrand langs. Het strand leek daar onbereikbaar en nadat we even hadden geschuild voor een hagel(!) bui keerden we om en liepen bij het strandpaviljoen het strand op.

Het werd gelukkig droog en we liepen een behoorlijk eind naar het oosten. Zover zelfs dat Janita op haar telefoon een sms’je kreeg met de tekst “Welkom in Duitsland”. Die Duitsers komen ver, want het was nog zeker tien kilometer
verwijderd van de oostpunt van het eiland. Zover liepen we echter niet, we keerden om en liepen terug naar het paviljoen. In de verte diende zich al weer een stevige regen en/of hagelbui aan, maar we kwamen droog bij de fietsen aan.

We hadden zeker tweeëneenhalf uur gewandeld in de duinen en op het strand en we besloten terug te gaan
naar het appartement om daar iets te eten.
Na een tijdje werd het buiten donker en begon het stevig te regenen. Dat weerhield ons er niet van naar het dorp te fietsen. We wilden nog even het Schelpenmuseum bezoeken en daarna de fietsen weer in te leveren bij het verhuurbedrijf.
We hadden pech! Uitgerekend vandaag was het museum dicht. Daarom fietsten we nog maar even naar het Wad. We fietsten bij de Waddendijk langs en zagen de laatste veerboot vertrekken. Ondertussen vlogen heel veel vogels op die schrokken van onze komst.

Na de veerdam fietsten we weer terug naar het dorp. Het begon weer te regenen en te hagelen en we moesten tegen de wind in naar het dorp terug fietsen. Ach, je bent in beweging.
We gaven de fietsen weer af en liepen terug naar het appartement. Het was inmiddels al donker, maar Janita wilde toch de zee nog even zien. Horen kon je hem zeker!

En dan lopen we ‘s-avonds voor de laatste keer naar het dorp om te eten. We zoeken en vinden een leuk restaurant waar we prima hebben gegeten.
Als we terug lopen zijn we bijna thuis als het hard begint te hagelen en te regenen. We komen doornat aan in het appartement, maar hier zitten we gelukkig droog. Morgenochtend gaan we weer terug naar het vaste land, om half elf vertrekt de boot.