Hoewel de herfst eigenlijk is begonnen, lijkt de zomer weer teruggekeerd in Nederland en dus was het afgelopen zondag weer tijd voor een langere fietsroute. Ditmaal werd het de Zeedijkenroute die voor een groot deel langs de kust van IJsselmeer en Waddenzee gaat.

We begonnen deze tocht in de enige zeehaven die Fryslân nog rijk is, Harns (Harlingen). Veel aan de oude stad die vanaf de zestiende eeuw de belangrijkste havenstad van Noord-Nederland was herinnert nog aan die tijd. Toen de Zuiderzee werd afgesloten en het IJsselmeer ontstond was Harlingen de enige Fryske stad die nog kon zeggen een zeehaven te zijn.
Wij parkeerden onze auto bij het station en gingen vanaf daar in de richting van Kimswerd.

SONY DSC Als je Kimswerd  binnen rijdt wordt je bijna meteen herinnert aan een van haar beroemdste bewoners: Grutte Pier. Deze Friese boer die leefde van 1480 tot 1520 verloor zijn gezin en kapitaal door een aanval van Hollandse en Saksische troepen die Fryslân plunderden en nam toen de wapens tegen hen op en zou uitgroeien tot een legendarische Fryske volksheld. Hij richtte zijn eigen legertje op, de Arumer Zwarte Hoop, en zaaide schrik en verderf op de Zuiderzee. Hollandse en Saksische tegenstanders die de pech hadden levend in handen van Pier te vellen werden door hem zonder pardon overboord gegooid. Om er zeker van te zijn dat geen Friezen per ongeluk zouden worden gedood liet hij zijn gevangenen het Fryske zinnetje “Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries” opzeggen. Wie dat zonder fouten kon werd gespaard, anderen werden zonder pardon gedood.
Ter herinnering aan Pier staat in Kimswerd zijn standbeeld.

We gaan verder en fietsen in de richting van Pingjum Hier lag vroeger de Marneslenk, een zee-inham die in de negende en tiende eeuw diep het land indrong, maar geleidelijk is dichtgeslibd. Onderweg fiets je nog regelmatig over oude zeedijken of zie je restanten daarvan.
Na Pingjum fietsen we voor een groot gedeelte langs de A7 omdat we een routepunt hebben gemist. Uiteindelijk bereiken we Bolsward en gaan dan in de richting van Makkum.
We rijden door Exmorra en even later fietsen we Allingawier binnen. Ooit had dit dorpje een open verbinding met de Zuiderzee en woonden er veel vissers. Nu is het een museumdorpje geworden met zo’n 80 inwoners. Er staan nog veel oude gebouwen waardoor je een goede indruk krijgt over het leven in vroeger tijden.

Makkum is een mooi dorp waar je ook nog veel oude gevels van Koopmanhuizen kunt zien uit de 17e en 18e eeuw. Het dorpje telde ooit veel kalkovens waar schelpen die voor de kust werden gewonnen, werden verwerkt tot cement. Uiteraard profiteerde hiervan de handel en scheepvaart.
Makkum is nu nog bekend van het Makkumer aardewerk dat wordt vervaardigd door Koninklijke Tichelaar, een familiebedrijf dat al meer dan 350 jaar in bedrijf is. Ook de scheepswerf van de Vries waar casco’s worden afgebouwd tot luxe droomjachten heeft het dorp bekend gemaakt. Als je op de afsluitdijk rijdt in de richting van Friesland kun je de grote werf al van veraf zien liggen.
In Makkum drinken we koffie op het terras van restaurant Het Posthuis, dat hoe kan het ook anders is gevestigd in het oude Postkantoor. Inmiddels is de zon aardig schuil gegaan achter de wolken wat de eigenaar op de vraag brengt wat SONY DSC wij met de zon hebben gedaan. Wij? We beloven de zon zo snel mogelijk terug te brengen. En als we Makkum hebben verlaten en richting  Surch (Zurich) fietsen komt deze ook al snel weer tevoorschijn.

We passeren de Afsluitdijk en met Surch in zicht gaan we aan de buitenkant van de dijk fietsen. We hebben de hele tijd uitzicht op een stralende Waddenzee en in de verte zien we Harlingen al liggen. De zon schijnt voluit en wind is er niet zodat het fietsen bijna vanzelf gaat. We pauzeren en genieten van het uitzicht op de zee. Op een strekdam poseert Janita nog even.

Hoe dichter we bij Harlingen komen, hoe drukker het wordt. Fietsers, maar ook veel wandelaars genieten van het weer.
We houden ook nog even halt bij het standbeeld De Steenen Man dat ten zuiden van Harlingen op de dijk staat. Het herinnert aan Caspar de Robles, een Portugees in Spaanse dienst die in de zestiende eeuw ;landvoogd van Groningen en Friesland was. Na de Allerheiligenvloed herstelde hij deze dijk en dwong twee groepen Friezen daarbij samen te werken. Het beeld staat op de oude grens en kijkt beide kanten op.