About the Author: GvdM

Zondagochtend klokslag acht uur stond onze taxichauffeur al voor het hotel op ons te wachten. We wilden echter eerst nog wat geld pinnen en omdat het busje van de bank van India voor het hotel stond leek dat geen probleem op te zullen leveren. Helaas meldde de machine tot twee maal toe dat de transactie niet mogelijk was en dus reed de chauffeur ons naar een andere bank. Ook daar echter weigerde de geldautomaat de verlange roepies uit te spugen. Ook een volgende bank leverde geen resultaat.

We besloten het later op de dag nog maar eens te proberen en begonnen aan de rit naar het Dudhsagar Water Falls national park, een rit van zo’n 65 kilometer. Ik heb het al eens vaker gezegd, een rit in een taxi in Goa is een avontuur. Maar een rit van 65 kilometer die op deze wegen al gauw een uur duurt is dat zeker. Mocht een Nederlands TV programma als ‘Blik op de weg’ ooit een vakantie aflevering in Goa willen maken, levert dat ongetwijfeld vele spannende uren televisie op. Onze chauffeur haalt in wanneer het kan en ook wanneer het volgens Nederlandse begrippen niet kan. Een maal moest hij vaart zetten en de ingehaalde auto scherp snijden om een frontale botsing met een ertstruck waarvan de chauffeur met een lijkwit gezicht (en dat zegt hier wat!) de taxi op zich af zag komen. En dat was niet de eerste keer, al eerder joeg hij ons de stuipen op het lijf met een dergelijke maneuvre. Niets kan de man echter van zijn stuk brengen, lachend passeert hij al luid claxonerend alle verkeer dat voor hem rijdt. Soms met één hand aan het stuur, met één hand de telefoon aan zijn oor houdend en ondertussen maar inhalen. Ook vlak voor een heuvel lijkt hij te zullen inhalen, even daarvoor was het erg druk. Tot onze opluchting besluit hij toch maar te wachten tot hij meer overzicht heeft.  Ook de ‘heilige’ koeien die overal op de weg lopen zorgen soms voor hartkloppende situaties, wij passeren een brommerrijder die vol in  de remmen moet om een aanrijding met zo’n dier te voorkomen.

Ongelukken heeft onze chauffeur schijnbaar nog niet gehad, misschien ligt dat aan de kleine Ganesha, de geluksbrengende Hindoe god, op het dashboard.

ESONY DSC indelijk zijn we dan bij de Dudhsagar Water Falls. Dat wil zeggen, we zijn in het nationale park aangekomen. Vandaar moet je een jeep nemen met chauffeur die je naar de Falls brengt. Het is nog een behoorlijk afstand, ongeveer tien kilometer over een volgens de gids die ook in de auto plaats neemt ‘very bumpy road’. We moeten drie maal de rivier oversteken die vanaf de Falls naar beneden stroomt. Onderweg wijst de gids ons, twee Nederlanders, twee Belgen en twee Indiase heren op de bijzonderheden. Spinnen, klein en erg groot, een wat vervallen dorpje met een al net zo vervallen Hindoe tempel, een spoorwegstation dat aan de andere kant van de vallei hoog op een helling ligt, een suikerriet plantage etc. Diezelfde gids regelt trouwens ook de toegang voor het park bij de ingang: twintig roepies per persoon en ook nog eens 30 roepies voor een fotocamera. Hij raadt je ook aan bananen en nootjes te kopen. Nee, niet voor jezelf, maar voor de aapjes die je opwachten op de parkeerplaats bij de waterval. De dieren laten zich de nootjes goed smaken en ook de bananen gaan er wel in.

Het is nog tien minuten lopen naar de waterval. De 310 meter hoge waterval vormt inderdaad een mooi plaatje. Er is een treinbrug overheen gebouwd en inderdaad zien we later ook nog een trein passeren. Je kunt ook zwemmen onderaan de waterval. Het water wordt aangevoerd door een rivier en uit bronnen, dus de temperatuur valt mee. Althans volgens de Belg Pieter Helsen die in India werkt en die de gelegenheid aangrijpt een verfrissende duik te nemen, aangemoedigd door zijn vriendin die een week op bezoek is in India en door ons. Sommige andere toeschouwers gooien nootjes in het water, ditmaal niet voor de apen, maar voor de meervallen die in het meertje zwemmen. Pieter zag geen kans er een met zijn blote handen te vangen.

We blijven een tijdje hangen bij de waterval tot het volgens de gids weer tijd is terug te gaan. We nemen weer plaats in de jeep voor de terugreis van drie kwartier. Na afloop betalen we de parkopzichter 300 roepies per persoon, terwijl we ook de gids en de chauffeur nog een fooi geven. Na een poosje verschijnt ook onze eigen taxichauffeur weer en beginnen we aan de terugreis

Op aanraden van onze chauffeur bezoeken we ook nog een ‘spicefarm’. Uiteraard ontvangt hij hier provisie voor, maar eerlijk is eerlijk, het is een interessant bezoek. Na 300 roepies te hebben betaald worden we ontvangen door twee charmante dames die een rode stip op ons voorhoofd aanbrengen en ons een bloemenkransje omhangen. Daarna worden we door een gastheer ontvangen met een kop thee gemaakt van ‘lemongrass’ en even laSONY DSC ter neemt hij ons mee samen met enkele andere gasten op een excursie door de kruidentuin. Hij laat ons de verschillende kruiden zien en ruiken en verrassend genoeg lijkt hij ook de Nederlandse namen van de kruiden te kennen. Als we de kaneel verwarren met kruidnagel reageert hij meteen en noemt de juiste Nederlandse naam voor cinnamon, kaneel.

We krijgen ook olifanten te zien. Twee stuks, die vastgeketend zijn, maar door de toeristen geaaid kunnen worden. Ook is het mogelijk de dieren te voeren, daarvoor kun je bij een stalletje voer voor hen kopen. Een ritje op de dieren behoort ook tot de mogelijkheden, maar daar zien we maar vanaf.

Na de rondleiding door de tuin moet ied ereen even douchen, volgens de gids. Niemand ontkomt er aan: iedereen krijgt een pollepel koud water in de nek gegoten. Dan is het tijd voor de lunch, eerst nog een Indiase jenever en dan mag iedereen opscheppen uit de schalen met gerechten die klaar staan. Je krijgt ook nog een bekertje ijs toe. De gids brengt ons nog wat specerijen uit de tuin als een souvenir.

SONY DSC Op de heenweg hebben we op de top van een heuvel een Hindoe tempel gezien en we vragen de chauffeur of hij daar ook even heen kan rijden. Geen enkel probleem en dus maken we daar ook wat foto’s. Het is niet een grote tempel, maar wel degelijk een fotogeniek gebouwtje. De chauffeur wil ons daarna graag zijn huis laten zien. We gaan van de grote weg af en rijden via kleine weggetjes door allemaal kleine dorpjes naar zijn dorp waar hij ons zijn huis toont. Alleen aan de buitenkant, want alles zit op slot, de rest van de familie schijnt bij een trouwerij te zijn.

We rijden terug naar Paniji en rijden eerst langs de bank. Gelukkig werkt het ditmaal wel, de automaat spuugt weer geld. Het was een interessante dag en moe van de indrukken zoeken we onze hotelkamer weer op. Om half acht is het weer tijd voor het avondeten en voor de komende zes dagen wachten ons weer enerverende dagen bij Koenig! We hebben in totaal nog negen cursusdagen te gaan waarin ons vier examens staan te wachten.

By Published On: 17 november 20081 Reactie

One Comment

  1. Rigt 17 november 2008 at 21:17 - Reply

    Hey Geert, nou je maakt wat mee daar hoor met die taxi drivers, maar het lijkt me dat je daar naast de drukke studie een geweldige tijd meemaakt die je niet graag had willen missen.
    Nog heel veel succes voor de komende vier examens!

    Groetsjes, Rigt

Leave A Comment