Zaterdagmorgen regende het pijpenstelen. We vertrokken al vroeg om ‘s-avonds weer terug te kunnen zijn bij Round Lake. De afstand bedraagt een slordige 550 kilometer.

DSC04676 Het fietsende echtpaar uit Alaska dat we een avond eerder hadden leren kennen was al eerder vertrokken. We haalden hen na een tijdje in. Ze hadden hun regenkleding al weer aan en eerlijk gezegd hadden we medelijden met hen.

DSC04677 We stopten om te ontbijten bij een leuk uitziend restaurant aan de kant van de weg. Het hoorde bij een grote camping aan de oever van een meer. Het zag er niet alleen van de buitenkant leuk uit, van binnen was het ook gezellig aangekleed. Er stond ook een aantal opgezette dieren waarvan de grote mannetjes moose natuurlijk het meest in het oog viel.

SAMSUNG            We gingen weer verder, na enkele minuten haalden we opnieuw onze dappere fietsers in. Het was jammer dat het weer zo slecht was. De grote bergen met af en toe gletsjers op de hellingen aan beide kanten van de weg DSC04679 waren soms nauwelijks te zien. Desondanks bleef het uitzicht op de bergen en  meren die we passeerden weergaloos. Af en toe stopten we even om foto’s te maken.

DSC04693 Na zo’n tweehonderdenvijftig kilometer bereikten we de afslag naar Kitwanga. We dachten hier te kunnen tanken, maar van het ooit aanwezige gasstation was niets meer te zien. De dichtstbijzijnde pomp was in Stewart, maar daar gingen wij nou net niet heen.
Het was nog 180 kilometer naar Kitwanga en het display van de Jetta meldde dat we nog voor 240 kilometer diesel hadden. Het zou dus geen enkel probleem worden om het volgende tankstation te halen.

DSC04711 De wegen zijn lang, bochtig en af en toe moet je klimmen. Dat kostte blijkbaar meer diesel! Het display meldde toen we nog niet eens de helft van de afstand hadden afgelegd nog maar een voorraad voor 140 kilometer. Nog steeds geen probleem, maar toch!
DSC04717 Na nog eens twintig kilometer was er nog maar voor 100 kilometer over, toen voor 90, toen voor 80, 70, 60 …
Toen kwam er een bord: Kitwanga 74 km.

We gingen zuinig rijden. Van 100 naar 90. De radio uit! De stoelverwarming uit, de verwarming uit, nog langzamer rijden.
Het was nog 35 kilometer, we hadden voor nog maar 20 kilometer brandstof! Het benzinemetertje stond al in het rood en leek niet meer verder naar links te kunnen!Nog langzamer gaan rijden, het werd penibel en ik zag ons al naar Kitwanga lopen om een jerrycan met diesel te gaan halen voor de Jetta die we hadden moeten achterlaten aan de kant van de weg.

En toen een bord! De redding! ‘Gasbar’ meldde een bord aan de kant van de weg. In een kleine nederzetting van ‘natives’ zoals de oorspronkelijke bewoners die wij steeds foutief als Indianen aanduiden, was een tankstation.
Maar hoe ver weg? Dat werd niet vermeld. We sloegen af, maar konden we deze tank wel halen? Stonden we straks niet midden in het bos stil zonder ook maar een mens in de buurt?
We lieten een temoetkomende auto stoppen. Een ouder native echtpaar stelde ons gerust: “Het is nog maar een halve kilometer, bij de totempalen is het tankstation. En ja, ze hebben ook diesel”. Ze groetten ons vriendelijk en reden lachend verder. Ze zullen wel gedacht hebben: “die hadden het aardig benauwd”.
We waren ook niet de eersten die dag, vertelde de mevrouw in het tankstation. Er waren die dag al meer geweest die de tank bijna leeg hadden.

In Kitwanga stopten we nog even om wat te eten. Na anderhalf uur waren we weer bij Round Lake. Aan een leuke trip, over de Great Northern circel route was een eind gekomen.

2010-09-04 11.47.10